Pacing bij PEM: wat het wel en niet doet
Pacing bij PEM helpt crashes voorkomen, maar is geen oplossing. Lees wat pacing wel en niet doet, hoe de energie-envelop werkt en wat er nog meer nodig is.
Pacing bij PEM is waarschijnlijk het eerste advies dat je krijgt zodra een professional begrijpt wat er met je aan de hand is. En dat is niet voor niets. Pacing kan het verschil maken tussen steeds dieper wegzakken en een beetje stabiliteit vinden. Maar er is ook een grote groep waarbij pacing niet genoeg is. Pacing lost PEM niet op. Het houdt je staande, maar het brengt je niet verder.
Wat is pacing bij PEM?
Pacing betekent letterlijk: de dingen op een rustig tempo doen. Bij PEM gaat het erom dat je je activiteiten afstemt op de energie die je lichaam op dat moment beschikbaar heeft, zonder over je grens te gaan. Niet de grens van wat je aankan als je je best doet, maar de grens waarbij je lichaam geen PEM-reactie krijgt.
Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Mensen met PEM hebben namelijk een vertraagde reactie op inspanning. Je merkt niet direct of je te ver bent gegaan. De klachten komen uren tot dagen later. Dat maakt het lastig om te leren waar je grens ligt, en al helemaal om die grens consequent aan te houden.
Pacing gaat over alle soorten inspanning: fysiek, cognitief en emotioneel. Een druk gesprek, beeldschermwerk, een bezoekje van vrienden of gewoon de was opvouwen. Het zijn allemaal triggers die je energierekening beïnvloeden. Wie goed aan pacing doet, houdt al deze factoren in de gaten, niet alleen de gemaakte stappen op zijn horloge.
De energie-envelop: leven binnen je grenzen
Een handig begrip bij pacing is de energie-envelop. Stel je voor dat je lichaam elke dag een envelop met energie krijgt. Bij PEM is die envelop kleiner dan je gewend was, en de hoeveelheid wisselt per dag. Pacing betekent dat je binnen die envelop blijft, ook op de betere dagen.
Dat laatste is precies waar het voor veel mensen misgaat. Op een goede dag voelt het verleidelijk om meer te doen. Je denkt: eindelijk een beetje energie, nu even doorpakken. Maar op dat moment gebruik je niet alleen de energie van vandaag. Je leent ook van morgen, en overmorgen. En dan volgt de crash.
Leven binnen je energie-envelop vraagt dus ook om het loslaten van hoe het vroeger ging. Dat is niet alleen een praktische opgave, maar ook een emotionele. Het vraagt iets van je, elke dag opnieuw.
Het patroon van pieken en crashen bij PEM
Bijna iedereen met PEM herkent het patroon. Goede dag: meer doen. Slechte dag: alles stil valt. Dan een beetje herstel, en dan opnieuw een goede dag waarbij je toch weer te veel doet. Dit patroon van pieken en crashen is een van de grootste valkuilen bij PEM.
Pacing helpt deze cyclus te doorbreken door het gedrag op goede dagen te veranderen. Niet meer doen als je je beter voelt, maar hetzelfde doen als altijd. Dat vraagt meer zelfdiscipline dan de meeste mensen verwachten, want je gaat bewust minder doen dan je kunt. Of denkt te kunnen.
Pacing gaat op dit punt hand in hand met het begrijpen van hoe het zenuwstelsel werkt bij PEM. Wie weet waarom het lichaam zo reageert, kan beter omgaan met de frustratie van bewust remmen. Meer daarover lees je in het artikel over het zenuwstelsel en PEM.
Wat pacing bij PEM wél doet
Pacing stabiliseert. Dat is misschien niet het antwoord waar je op hoopte, maar het is een belangrijk beginpunt. Door consequent binnen je energie-envelop te blijven, geef je je lichaam de kans om niet verder te verslechteren. Voor mensen die maandenlang van de ene crash in de andere belanden, is die stabiliteit al enorme winst.
Pacing helpt ook om patronen zichtbaar te maken. Wie begint bij te houden welke activiteiten welke reacties geven, leert zijn lichaam beter kennen. Dat inzicht is waardevol, ook als je later andere stappen in je hersteltraject zet.
Tot slot geeft pacing een gevoel van controle terug. Niet over alles, maar over een deel. Voor mensen die het gevoel hebben dat hun lichaam hen volledig overvalt, kan dat psychologisch al veel verschil maken.
Wat pacing bij PEM niet doet
Hier is het eerlijke deel: pacing verlaagt je PEM-drempel niet. Het verhoogt hem ook niet. Het past je activiteiten aan aan de drempel die er nu is, maar het verandert die drempel zelf niet.
Pacing is geen opbouwschema. Het is geen trainingsprogramma. De fout die veel mensen en ook behandelaren maken, is denken dat je door heel langzaam te beginnen en heel geleidelijk op te bouwen uiteindelijk meer kunt. Bij PEM werkt dat anders. Wie op basis van pacing gaat opbouwen, loopt het risico van exact dezelfde crashes als altijd, alleen op een langzamer tempo. Meer over waarom opbouwen bij PEM averechts werkt, lees je in het artikel daarover.
Pacing is ook geen duurzame langetermijnoplossing als het de enige strategie blijft. Het helpt je stabiliseren, maar voor herstel is er meer nodig. Het zenuwstelsel speelt daarin een sleutelrol.
Wat er naast pacing nodig is voor herstel bij PEM
Pacing geeft je een steviger fundament, maar het is een vertrekpunt, geen eindpunt. Wat er naast pacing nodig is, verschilt per persoon, maar er zijn een aantal richtingen die belangrijk zijn.
Ten eerste: begrijpen wat er in je lichaam gebeurt. PEM is geen kwestie van wilskracht of motivatie, maar van een zenuwstelsel dat vastzit in een staat van overactivatie. Dat mechanisme begrijpen helpt om anders met je lichaam om te gaan, ook als de dag tegenvalt.
Ten tweede: het zenuwstelsel zelf aanpakken. Pacing vermijdt triggers, maar het kalmeer het zenuwstelsel niet actief. Daar zijn andere benaderingen voor nodig, zoals gerichte ontspanningstechnieken, hypnotherapie of andere zenuwstelsel-gerichte therapie. Meer over die mogelijkheden lees je in het artikel over herstel bij PEM.
Ten derde: begeleiding. Pacing klinkt eenvoudig, maar het uitvoeren ervan is dat niet. Zeker als je gewend bent om door te zetten, als er mensen op je rekenen of als je het gevoel hebt dat je leven al te lang stilstaat. Professionele ondersteuning helpt niet alleen bij het leren pacen, maar ook bij de emotionele kant ervan.
Praktisch beginnen met pacing: zo pak je het aan
Er is geen universele pacing-methode die voor iedereen werkt, maar er zijn wel startpunten. Veel mensen beginnen met een activiteitendagboek: bijhouden wat ze doen en hoe ze zich 24 en 48 uur later voelen. Zo worden patronen zichtbaar die je vanuit het moment zelf niet ziet.
Een hartslagmeter kan helpen. Bij PEM bestaat een grens die sommige mensen de anaerobe drempel noemen, waarbij de lichamelijke reactie drastisch verandert. Door je hartslag te monitoren, kun je zien of je die grens nadert. Een veelgebruikte richtlijn is een maximale hartslag van 110 slagen per minuut, hoewel dit per persoon verschilt.
Wat ook helpt: taken opsplitsen. Niet een uur koken, maar tien minuten voorbereiden en dan een pauze. Niet aaneengesloten werken, maar blokken van kortere duur met bewuste rustmomenten ertussen. Rust betekent daarbij echt rust: niet scrollen, niet praten, niet stimuleren.
Wil je weten of jouw klachten overeenkomen met PEM, dan is de PEM zelftest een goed vertrekpunt. Zo heb je meer houvast over wat je ervaart en wat de volgende stap kan zijn.
Pacing is geen opgeven
De meeste mensen worstelen met dit punt. Pacing voelt als accepteren dat je minder kunt. Dat voelt als terugzetten, als verlies. Maar er zit ook een andere kant aan.
Goed pacen is een actieve keuze om je lichaam de ruimte te geven die het nodig heeft. Het is geen passiviteit, maar een vorm van luisteren. En voor veel mensen is het de eerste keer in lange tijd dat ze echt stoppen met strijden tegen hun lichaam en beginnen samen te werken met wat er is.
Dat is geen klein ding. Dat is een begin.
Reactie plaatsen
Download ons gratis e-book: Waarom pacing je niet beter maakt
Je houdt je aan je grenzen, je rust genoeg, je zegt nee. En toch kom je niet verder.
In dit gratis ebook leggen we uit waarom dat logisch is en wat er wél nodig is om te herstellen van PEM.
Download gratis
Wil je weten of PEM Therapie jou kan ondersteunen?
Doe een gratis ervaringssessie, of bekijk het online programma. Naast pacing, niet in plaats van.